personalia vooropleiding promotie de tentoonstelling NMR collectiebeheerder gedenkboek reiziger drie vogelsoorten bruijns boshoen educator NJN/kweekschool
OVER KEES HEIJ
Personalia
Kees (Cornelis Johannes) Heij
Rotterdam 19-02-1940
Lid Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) 1955 - 1962
Gehuwd met Lydi, 2 kinderen naar boven
Deze website zal opgebouwd worden met informatie van en over Kees Heij.
Met name met betrekking tot de huismus (Passer domesticus)
de molukse Grootpoot hoen (Eulipoa wallacei)
en Stichting Wilcon.

De dissertatie "comparative ecology of the House Sparrow in Rural, Suburban and Urban situations"
van Kees Heij, 1985, kunt u alvast downloaden.


U kunt Kees Heij e-mailen.
c.j.heij @ netnet.nl

Algemeen:
Door Kees Plaisir geschreven in "Straatgras", tijdschrift van het Natuurhistorisch Museum te Rotterdam, jaargang 20 nummer 3 wordt een goed inzicht gegeven in leven en werkzaamheden van Kees Heij.

Vooropleiding
Cornelis Johannes Heij (Rotterdam, 1940) volgde de Mulo en de kweekschool en werd na zijn militaire dienstplicht in 1964 onderwijzer te Rotterdam. Gelijktijdig volgde hij de studie M.O. biologie aan de Rijkuniversiteit Utrecht. Vanaf 1968 werkte hij op de Pedagogische Academie Lucia en in 1972 behaalde hij zijn doctoraalexamen Biologie. Daarna vertrok hij met zijn gezin naar Aruba, waar hij vier jaar als leraar biologie werkte. Terug in Nederland hervatte hij zijn werk bij de PA en begon hij met een promotie-onderzoek naar de huismus. Eind jaren '80 werd hij aangesteld als bioloog op de Pattimura Universiteit van Ambon. Inmiddels heeft hij zich weer in Nederland gevestigd en leidt hij een actief, reizend leven. Kees Heij is in verschillende hoedanigheden al ruim 30 jaar actief bij het NMR betrokken. naar boven
In 1985 is Kees Heij, na zes jaar veldstudie in Rotterdam en de Hoekse Waard, gepromoveerd op de huismus. Toen waren er nog veel huismussen, maar vandaag de dag is de 'gezellige kwetteraar' zoals hij het vogeltje noemt, plaatselijk zeldzaam geworden. Nog niet zo uniek als Kees Heij zelf: de autoriteit in Nederland als het om huismussen gaat. Zelf vindt hij dat hij niet in de schaduw kan staan van de Brit J. Denis Surnmers-Smith, volgens Kees de belangrijkste mussenonderzoeker ter wereld. Het mag duidelijk zijn: als hij ergens gebrek aan heeft, is het aan kapsones. De huismus houdt hem nog steeds bezig. Hij schrijft er wetenschappelijke artikelen over, maar even goed een stuk in de Postiljon, de huis-aan-huis-krant voor Hillegersberg-Schiebroek. naar boven
Prominente rol
Het spreekt vanzelf dat Kees een prominente rol had bij 'De Grote Huismus Tentoonstelling' in 2006. Hij was een van de aanjagers en het museum maakte dankbaar gebruik van zijn kennis, zijn literatuurarchief en zijn collectie mussenprullaria. Speciaal voor de opening was Denis Summers-Smith uitgenodigd. Na bijna 30 jaar corresponderen over huismussen, ontmoetten ze elkaar. Kees Heij ging met hem naar Diergaarde Blijdorp. Daar ontdekten ze dat er in het olifantenverblijf in de diergaarde nog een aardige populatie huismussen is. Die werd ver- volgens door Kees nader onderzocht, geteld en beschreven, samen met medewerkers van de Diergaarde. naar boven
Hechte band met het museum
Al in 1946 kwam Kees in het museum, als zesjarig jongetje aan de hand van zijn vader. Het museum zat toen nog in een villa tegenover Museum Boijmans. Zijn belangstelling voor vogels is toen gewekt. In 1955 werd hij lid van de NJN, de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie. Daarna heeft hij zich volledig aan de (veld)biologie gewijd en bleef hij naar het museum komen, ook als onderwijzer en als PABO-leerkracht met zijn leerlingen. Sinds de jaren '70 van de vorige eeuw heeft hij verschillende bestuursfuncties voor het museum vervuld. Zo was Kees lid van het eerste bestuur van de Stichting Natuurhistorisch Museum Villa Dijkzigt, toen het museum naar haar huidige locatie ging verhuizen. Het zal niemand verbazen dat hij op 5 mei 1987 samen met Kees Moeliker als eerste bij de brand in het museum in Blijdorp was. Met het bluswater in de schoenen konden ze nog veel redden. naar boven
Een tijd lang is hij collectiebeheerder van de vogels geweest. Nu is hij lid van de eerste CAr (de Collectie Adviesraad) en vooral actief ten behoeve van andere collectiebeheerders. Van zijn reizen brengt hij schelpen, stenen en andere naturalia mee. Vaak bijzonder materiaal waar collega-collectiebeheerders jarenlang onderzoek aan kunnen doen. naar boven
Vergroeid met het museum lijkt hij te zijn, maar het is meer een plek waar hij altijd terugkeert. Waar Kees ook een hechte band mee heeft, is de Rotterdamse Natuurhistorische Club, een klein, bijzonder gezelschap van in biologie en natuurhistorie geïnteresseerden. 'De Club', die nauwe banden met het museum heeft, bestaat al 108 jaar. Kees is al ruim dertig jaar lid van dit gezelschap. Najaar 2008 verschijnt er een gedenkboek over de club. Dat Kees daar enthousiast aan heeft meegewerkt, spreekt vanzelf. naar boven
Reiziger
Bijna de helft van het jaar is Kees op reis. Altijd wel een paar maanden per jaar is hij in Indonesië. Dat land heeft hem niet meer losgelaten sinds hij vier jaar aan de Pattimura Universiteit op Ambon werkte. Dit jaar reist hij ook nog naar Spanje, Portugal, Indonesië, Tunesië en Griekenland. Ik krijg de indruk dat vakantie en onderzoek niet echt te onderscheiden zijn. Zijn wetenschappelijke nieuwsgierigheid en zijn onbedwingbare neiging anderen te laten delen in zijn kennis en ontdekkingen draagt hij met zich mee. Hij zet ook anderen aan tot reizen en organiseerde eco-toeristische tochten in verschillende landen. naar boven
Drie vogelsoorten
De huismus (Passer domesticus) en het Moluks grootpoothoen (Eulipoa uiallaceî; zijn de vogels van Kees Heij. Hij heeft ze langdurig onderzocht en de kennis erover publiek gemaakt. "Altijd met anderen samen, met collega's van het museum, met lokale deskundigen", benadrukt hij. De unieke (broed)biologie van het Moluks grootpoothoen heeft hij bestudeerd tijdens zijn 18 maanden durende verblijf op het eilandje Haruku bij Ambon. Samen met de plaatselijke bevolking onderhield hij de legveldjes waar de vogels 's nachts hun eieren ingraven. Zijn onderzoek leverde een doorwrochte wetenschappelijke monografie op in Deinsea 3 (met updates in latere nummers) en de grootste collectie balgen van deze soort. naar boven
De derde vogel is het Bruijns boshoen (Aepypodius bruijnii). Daarover was weinig bekend. In 1879 hadden jagers van de Nederlandse verenhandelaar A.A. Bruijn 23 exemplaren verzameld op het eiland Waigeo, voor de westkust van Nieuw Guinea. Later, in 1938, werd er op hetzelfde eiland nog één verzameld. Daarna werd er niets meer van het hoen vernomen. Vermoed werd dat de soort uitgestorven was. Om dat grondig uit te zoeken, gingen Kees en enkele colleg's op expeditie naar Waigeo. Aan de bevolking werden tekeningen van de vogel uitgedeeld, met de vraag of ze wilden melden als er één gesignaleerd was. Dat leverde na enige tijd wat botten en een kop op.(de rest was opgegeten). Samen met Hans Post reisde Kees naar musea in Parijs en New York om het boshoenmateriaal te vergelijken. Ruim een jaar later werd er een levend exemplaar door eilandbewoners naar hun vriend Kris Tindige in Sorong gebracht. Dat exemplaar overleed, werd nauwkeurig bestudeerd en bevindt zich nu in de collectie van het museum. Het is een uniek exemplaar, omdat er nergens ter wereld een Bruijns boshoen compleet met organen en botten bewaard wordt. naar boven
Educator
Kees is een educator in hart en nieren. Ooit begonnen als onderwijzer heeft hij altijd geijverd voor educatie in het museum. En hij brengt het zelf in de praktijk. Met de 'Cursus Mus' in het museum, met publicaties en met zijn aanstekelijke verhalen. Hij onderzoekt zonder ophouden en zijn nieuwsgierigheid is besmettelijk.
(Einde artikel Kees Plaisir.) naar boven
Vanaf de basisschool en in alle andere onderwijsvormen waarin ik werkte was het veld met excursies en praktisch werk de basis voor de theoretische lessen in biologie. Kinderen maakten op jonge leeftijd via kweekschoolstudenten die de proefjes op school en in het veld uitprobeerden, kennis met de wetenschap. Hun natuurlijke nieuwsgierigheid werd door de proefjes en praktische oefeningen geprikkeld.
We deden proefjes als water, bodem en lucht, zaaiproeven met bruine bonen, pinda's en tuinkers, boormonsters etc.
Ook tijdens de vakoverstijgende werkweken en excursies met kweekschoolstudenten op Schiermonnikoog en het Veldstudiecentrum te Orvelte werden thema’s behandeld die door studenten in lesprogramma’s voor de basisschool vertaald en uitgevoerd werden.
Het algemene uitgangspunt is altijd geweest: “Natuur moet je beleven”. naar boven
Periode NJN en leerling kweekschool.
In die periode maakte en leidde ik veel excursies. Enkele voorbeelden ziet u bij de afbeeldingen op deze pagina.

Na militaire dienst was ik 5 jaar onderwijzer op een lagere school in Rotterdam. Naast mijn werk studeerde ik biologie ( K IV) in Utrecht. naar boven